Foto's (zet uw cursor op de foto voor een toelichting)



Duitsers in bus
Hindernissen
Gelukkige vlucht
Aankomst
De Van Niftriks
Vertrouwen
Eten en drinken
Praktische zaken
Geluksfactor
Reflectie
Valse papieren
Praktische zaken

Gerard Scheltens
Geboren te Batavia op 21 december 1919

Overleden te Rijswijk op 10 november 2010

Status 1940 - 1941


Cadet-Vaandrig KNIL Infanterie / student T.H. Delft, KLM Navigatieschool en de Academie voor Lichamelijke Opvoeding te Amsterdam

Datum vertrek


2 december 1941

Datum aankomst Engeland


30 mei 1943

Als 3e-jaars cadet is Gerard Scheltens tijdens de Duitse inval gelegerd in de duinen bij Haarlem. Woedend is hij over de Duitse aanval die, tegen alle fatsoensregels in, niet door een officiėle oorlogsverklaring is voorafgegaan.

Na vijf dagen volgt de capitulatie, zonder dat hij een schot heeft gelost. Op de fiets terug naar de KMA in Breda ziet hij de oorlogssporen: het platgebombardeerde Rotterdam en de zwaar gehavende bunkers bij de Moerdijk. Langs de kant van de weg staan geweren met daarop Franse helmen als stille getuigen van de recente strijd.

Bij terugkomst in Breda krijgt Scheltens de keus: een loyaliteitsverklaring tekenen of in krijgsgevangenschap. Na lang wikken en wegen tekent hij, om te voorkomen dat hij direct wordt afgevoerd naar Duitsland en niets meer tegen de bezetter kan ondernemen.

De eerste maanden na de inval concentreren de verzetsactiviteiten van Scheltens zich voornamelijk op de NSB. In december 1940 zijn er grote plannen om met een knokploeg met Rotterdamse havenarbeiders een parade van de NSB in de Faherenheitstraat te verstoren. Door stoerdoenerij en amateuristische loslippigheid staat niet de NSB maar de SD de knokploegen op te wachten. Scheltens wordt gearresteerd en beland voor een maand in het Oranjehotel in Scheveningen.

Eenmaal vrij beraadt hij zich. In stilte opereren en niet weten wie te vertrouwen, dat is niets voor hem. Hij moet openlijk actie kunnen ondernemen en besluit zich bij de geallieerde legers aan te sluiten.

In de zomer fietst hij naar Delfzijl om daar aan te monsteren op een coaster naar Zweden. Met zijn niet zeewaardige voorkomen valt hij op, en wordt hij door enkele goede vaderlanders geadviseerd om te keren: de Duitsers pakken alle jongemannen op die er niet als zeevaarder uitzien.

Dan hoort hij via zijn jaargenoten van de KMA over een zuidelijke route. Hij weet informatie over een passeur bij de Belgische grens te bemachtigen en vertrekt.